The Gambia – het vervolg


Erg nieuwsgierig ben ik hoe de eerste aflevering in Afrika op jullie is over gekomen. Ik moet bekennen dat ik, toen ik mijn vorige ‘uitbarsting’ opschreef, de voormontage nog niet had gezien. Die zag ik uiteindelijk in mijn hotelbed in Jordanië, waar ik nu alweer met de volgende afleveringen bezig ben…

De impact bij mij was er niet minder om, onmiddellijk golfde dat gevoel weer bij me naar binnen zodra die prachtige beelden van de Tanji vismarkt over me heen vielen. En ik moet zeggen dat de presentatie die ik daar staand in het water deed mij enorm bevalt (dat heb ik niet zo vaak). Omdat wat ik zeg namelijk echt uit mijn tenen kwam, je hoort het ook aan mijn harde, bijna overslaande stemgeluid: ‘dit is waarvoor ik leef’ , en zo is het. Het is de energie waarover ik vorige week schreef die mij in The Gambia op een of andere manier op sleeptouw neemt en op die momenten laat ik mentaal alles los en kan het me werkelijk geen moer schelen dat mensen mij wellicht een vreemde snuiter vinden die zijn emoties niet in toom kan houden.

Zo zal het ook in komende aflevering gaan waarin wéér ik heen en weer geslingerd word (aan het einde zelfs letterlijk!)  tussen de magie van de eerste Afrikaanse markt die ik bezoek, de ingetogenheid van een serene ceremonie zeven dagen na de geboorte van een kind waarbij wij, totaal ongepland, aanwezig mochten zijn, die  en de woeste naakte schoonheid van een paar partijen worstelen met professionele worstelaars wat voor mij  metaforisch  werkte omdat in de momenten dat ik zwetend door het zand rolde alles bij elkaar leek te komen, de climax van een reis die onuitwisbaar in mijn ziel is verankerd!

Enne, trouwens… de uitgestrekte stranden van The Gambia zijn ook fijn hoor!

Ida Cham

Een imposante vrouw is het, in haar kleurrijke gewaad van top tot teen ‘African Lady’, heldere blik, witte tanden, strak en stoer gelijnd gezicht. En stoer is ze ook want haar veilige leventje als manager van diverse hotels, en het vele reizen heeft zij achter zich gelaten, niet alleen omdat ‘in the West it is too difficult’ (huidskleur werkt niet mee…),  maar vooral omdat ze haar land wil vertegenwoordigen. Dus bouwde ze een business op vanuit haar eigen woning waar ze kleine groepjes mensen ontvangt, met ze naar de markt gaat om inkopen te doen, een traditioneel gerecht met ze bereidt en nuttigt, onderwijl vertellend over de rijke historie van The Gambia. Daarnaast helpt ze landgenoten door in eigen land rond te trekken en in dorpjes mensen van alles te leren van koken tot het bewerken van leer. Zodoende verricht ze zowel ‘naar buiten’ als ‘naar binnen’ fantastisch werk, een powerwoman die niet kiest voor de makkelijke route maar een zelfstandig bestaan opbouwt en bijdraagt. Daar hou ik van.

We rijden in een busje langs groenige velden en stoffige dorpen richting markt terwijl we praten en ik me vergaap aan de kleurrijke chaos die aan me voorbij trekt. Cameraman Marco draait, voorin de bus gezeten, onze aankomst waarbij een politieman, met pet en spiegelbril, die het verkeer regelt in beeld komt. Oops! Geen goed plan; ongeveer een uur zijn we bezig mensen te overtuigen dat er niets aan de hand is, terwijl te veel mensen (al dan niet in een of ander uniform) zich ermee bemoeien, hard pratend en bellend met weet ik veel wie. Vanwaar dit probleem snap ik nog steeds niet, maar nadat we beelden hebben gewist krijgen we toestemming om op de markt te filmen.

Dus loop ik met Ida langs ‘100.000’ kraampjes waar spullen verkocht worden vanuit enorm krakkemikkige houten hokjes met golfplaat daken, of door vrouwen gehurkt zittend op de grond of een omgedraaide emmer. De kleuren zijn prachtig, zowel van de mensen als de producten die zijn uitgestald, het is heet terwijl we door het zand lopen en het geluid van luid pratende mensen overal om ons heen. Ik begrijp niet hoe sommigen kunnen leven van één bak met bijvoorbeeld vruchten van de baobab boom of wat groenten die in de brandende zon liggen te verwelken.

Maar toch lukt dat blijkbaar want het bestaat, het is de realiteit en het is overweldigend mooi, ik weet niet waar ik moet kijken en kan als presentatie slechts het woord ‘intens’  uitbrengen zo indrukwekkend is mijn allereerste ontmoeting met een Afrikaanse markt. Ida koopt hier en daar de ingrediënten voor de ‘Chicken Yassa’ die wij vandaag gaan bereiden en betaald met enorm beduimelde Gambian dollars, door het vele gebruik in de hitte en het van vochtige hand tot vochtige hand gaan zijn deze waardepapiertjes nauwelijks herkenbaar, perkament.

Eenmaal terug in haar tuin, het is een guesthouse met drie slaapplaatsen gelegen om een mooie binnenplaats met verkoelende mangotree en een mooie houten ‘eethut’, gaan we aan de slag. In de grote vijzel stamp ik peperkorrels, knoflook, gember, rode peper, met wat limoensap en mosterd tot een marinade waarmee in grove stukken gehakte kip wordt gemarineerd en vervolgens gegrilld. Rijst wordt gestoomd en een saus van glazige zoete uien en tomaat maakt deze typerende schotel compleet.

Eenvoudig, friszuur, pikant, zoetig en verkwikkend. En we klokken er een glas ‘Baobab juice’ bij weg, het is compleet. Met de ploeg zitten we nog anderhalf uur in het schaduwrijke hutje na te genieten…(ja in de hitte doen ook wij het ietsje rustiger aan…!).

Dit is zo’n verborgen parel, je moet wel weten waar ze woont, waar je gewoon de hele dag kunt ‘hangen’.  Een aanrader voor iedereen die verder wil kijken dan het zwembad.

Kobariko ‘Namegiving Ceremony’

‘Lang leve het onbekende’ is een van mijn lijfspreuken, dus hoe mooi is het dat wij vandaag, eigenlijk onderweg naar een gepland item, door onze gids Mamou worden gewezen op een Moslim ceremonie die toevallig net plaatsvind terwijl we met ons busje door het zand van dit lichtbeige gekleurde dorpje waggelen! Als we geluk hebben en respect tonen mogen we wellicht aanschuiven en zelfs filmen hier.

Mamou loopt via een hek de binnenplaats op, waar, op een plateau bedekt met gekleurde matten onder een enorme ‘jackfruit’ boom een stuk of dertig mannen zitten, in lange ‘jurken’ met hoedjes op hun hoofd en rozenkranskettingen in de rimpelige handen, en, overbodig eigenlijk om te melden, machtig mooie koppen, donker en driehoekig, enigszins ingevallen wangen met hoge jukbeenderen, zwart of grijs gezichtshaar, volle mond en sprekende ogen. Ik mag hier getuige zijn van het geven van een naam aan een pasgeboren kind, zeven dagen jong, dat in de armen van de ene man naar de andere gaat, een ieder spreekt zijn eigen persoonlijke gebed uit voor het kind.

Ook wordt er centraal, in het Arabisch, gebeden onder leiding van het dorpshoofd en een Imam, die hardop gebeden uitspreken terwijl iedereen, de handen voor het lichaam met de handpalmen omhoog gericht, meebid. Ik ben niet gelovig, dat wil zeggen ik geloof niet in het volgen van wat anderen vinden dat je zou horen te volgen omdat het in een boek staat. Ik geloof wel in het leven, het bewust-zijn. En dat is wat ik vandaag beleef tijdens dit devote samenzijn, heel sober, saamhorig en warm. Je zou er bijna gelovig van worden! Na enige tijd wordt de naam van het kind bekendgemaakt: ‘Kadijatu’ , hetgeen de naam is van  de vrouw van de Profeet, en naar de moeder gebracht, die samen met alle vrouwen in de tuin achter het huis zitten en koken.

Ik word, nadat ik eerst mijn slippers uit doe, uitgenodigd op het verhoogde plateau onder de boom, daar gaat een schaal rond met daarop paarskleurige noten (Kolanut) met een sterk bittere smaak en gevijzelde rijst met suiker. Met de hand maken we daar balletjes van die we eten éérst de bittere  noot, dan de zoete rijst. En weer wordt er gebeden. Dan worden er weer schalen neergezet met een onaantrekkelijk ogend bruine brei genaamd ‘Mono’. Grote blauwe plastic lepels gaan rond waarmee het gerecht van de roestvrij stalen schalen wordt gelepeld. Zoals ik wel vaker ervaar in mijn culinaire escapades is ‘het oog’ van een gerecht anders dan ‘de mond’. Mono wordt gemaakt van pinda’s, couscous, suiker, water en baobabjuice en smaakt echt goed. Een soort pindasaus met bite, doet Indisch aan.

Het ‘zijn’ hier met deze mensen is, ondanks aanwezigheid van de cameraploeg, een spirituele ervaring. Tijdens de gebeden concentreer ik me op dankbaarheid. Dat ik dit mag meemaken ervaar ik als een wonder, een gift. Die mooie saamhorigheid, het schudden van ieders hand, bidden, eten, de gesprekken, het is ‘te mooi’. Nog mooier wordt het als mij wordt verteld dat de mannen ook voor mij een naam hebben bedacht, namelijk ‘Ceesay Kunda’. De familie Ceesay heeft een respectabele naam in The Gambia hoor ik, en ‘kunda’ betekent dat ik mijzelf nu tot die familie mag rekenen. Ik neem een kijkje achter het huis waar alle dames zich hebben verzameld. Ik loop langs een ‘keuken’, een hokje van hout met golfplaat dak.

Er staat een pan op een vuurtje op de grond te dampen met uien en vis. Ik mag proeven: kraakverse vis met zoetige uien, niks mis mee. Dan nemen twee vrouwen mij mee en laten mij zien hoe dit dorp aan water komt. We lopen naar een waterpomp op een verhoging midden in het dorp, het water wordt van diep onder de grond omhoog gepompt en ik kan niet laten het te proeven. Niet iedereen zal aanraden om water op deze manier te proeven maar ach, het komt zo uit de natuur, daar vertrouw ik altijd maar op. Lekker zuiver water, we laten het in grote emmers vallen en dragen het, tot grote hilariteit van iedereen, want dat doet een man niet, water dragen, tot in de achtertuin.

Daar neem ik hartelijk afscheid van iedereen en vervolg mijn weg, volgezogen van energie.

Worstelen met mijn ego in Bundung village

Ego. Daaraan ‘lijden’ we allemaal, de een wat meer dan de ander. Ik heb daar ook last van en ben best ijdel, misschien moet je dat ook wel een beetje zijn als presentator.
En ik hou van vechten, mits met regels. Op straat heb ik denk ik twee keer in mijn leven gevochten omdat ik niet anders kon, maar in de dojo (een Japans woord voor oefenruimte) train ik zo’n 15 jaar jiu jitsu en af en toe wat Muay Thai boksen.
Daarnaast ben ik verslaafd aan sport en hou mijn conditie op peil door 2-3 keer per week iets in de fitness school te doen.

Dus verheugde ik me op de beoogde worsteltraining die ik zou ondergaan en keek die ochtend na het douchen best tevreden in de spiegel, toonde een gespannen biceps aan mijzelf. Dat moest goed komen, toch? Ahem….

Ik loop een enorme rechthoekige (100 x 200 m) arena van zand binnen en zie in de verte, bij een overigens imposante boom, wat jongens gymnastieken. Hoe dichter ik nader, hoe meer mijn hart in de keel bonkt. Kolossale kleerkasten nemen elkaar op de schouder en voeren, met het grootste gemak, kikkersprongen uit, drukken zichzelf op, doen buikspieroefeningen en allerlei soepele handigheden in het zand. Prachtige kerels zijn het, met droomlichamen; pikzwarte strakgespannen huid om sixpack buikspieren, armen zo dik als mijn benen, benen als boomstammen, schouders en borstspieren als Atlas, parelwitte tanden en oogopslag, en übermannelijke gelaatstrekken.  Atletisch, blakend van energie en gezondheid.

‘Tsjeeeeeeeezus’ denk ik terwijl ik nader. Ik doe een interview over de historie van deze sport in the Gambia en leer dat deze jongens professionele vechters zijn die dagelijks loodzware trainingen ondergaan en ongeveer twee keer per maand knokken voor geld.
Ongeveer 400 euro verdienen ze per gevecht en dat is geweldig, want op die manier kunnen ze zich letterlijk uit de armoede vechten en voor hun familie zorgen.

Als liefhebber van vechtkunst vraag ik vriendelijk of ik wellicht wat basistechnieken kan leren, en wat mee mag trainen. Dat mag…

Ik stap een kring in gevormd door ongeveer 100 mensen en moet, omdat ze mij een traditioneel lendendoekje om willen binden, mijn broek laten zakken en trek ook mijn shirt uit want kleren worden niet gedragen. Op Schiphol had ik in allerijl nog even wat onderbroeken gekocht, maar net een maatje te klein. Dus daar stond ik ineens, met mijn witte lichaampje in een iets te klein broekje tussen deze goden.
WEG EGO! HELEMAAL WEG!! Geloof me, een eindeloos heerlijke les in zelfkennis, zelfoverschatting eigenlijk. Maar pas dan begint de les…

Nadat ik in het lendelapje ben gehesen loop ik, met een poging om cool te glimlachen, de kring in, in afwachting van ‘de training’. Niks training!

Een Jerommeke staat diep voorover gebogen tegenover me en pakt, zoals een stier met zijn voorpoot door het stof kan bewegen, een handje zand en wrijft zijn handen droog, mij ondertussen in de ogen kijkend. Een seconde later knallen onze lichamen onder luid gejoel tegen elkaar en ervaar ik wat echte kracht is. Massief, zo voelen de schouders en armen die ik tracht vast te grijpen. Zo hard als hout. Het lukt me nog best aardig om mezelf staande te houden door wat ik van jiu jitsu geleerd heb: de kracht van de tegenstander neutraliseren door rond te draaien, uit de baan van de opponent te stappen zodra deze de aanval inzet. Ik denk ongeveer een minuut kan ik cirkelen en ontwijken, soms zelfs aanvallen, maar eenmaal in de tang van kracht en techniek wordt ik op mijn rug geworpen. Dat is trouwens het enige doel van deze oersport, het gaat, gelukkig, niet door op de grond. En direct staat de volgende reus klaar, nog groter en nog imposanter, zeker een kop groter dan mij om over de breedte maar niet te spreken.

‘Allemachtig, worden ze steeds groter?!’ vraag ik me af terwijl ik kansloos naar de grond wordt gewerkt. Zo volgen er in rap tempo een stuk of zeven die trappelend van ongeduld om met ‘the white man’ te knokken op mij af komen en me, happend naar adem, neerleggen zodra ik ook maar even verslap of de concentratie verlies. Krachtig, soepel, technisch, een waar genot voor een ieder die van vechtkunst houdt. Het klinkt wellicht wat zweverig, maar als je kijkt naar de ‘binnenkant’  van een gevecht, met regels, tussen twee mensen die met respect met elkaar de ring ingaan om krachten te meten, zo direct, zo realistisch, dan is ook dit een spirituele gebeurtenis ontdaan van tijd en ruimte; de geest is leeg, het is pure levenslust die ik ervaar, vandaar mijn euforie ter plekke.  En verliezen of winnen is onbelangrijk, ‘de weg’ is belangrijker dan de overwinning…

Uiteindelijk, en daar ben ik stiekem best trots op, leg ik er één op zijn rug! (of was het een geste uit beleefdheid?) Het applaus is luid in ieder geval! Voel ik daar dan toch heel even de kick van de overwinning? Ego?

Groet van René

Deze aflevering is mede mogelijk gemaakt door:


Meer informatie over de onderwerpen in deze aflevering:

Ida Cham heeft haar eigen kookschool ‘Gambia Home Cooking’. Je kunt samen met Ida naar de lokale markt gaan en inkopen doen voor een traditionele Gambiaanse lunch en die samen met haar bereiden en opeten. Voor meer informatie:

Yabouy's Home Cooking
Brufut highway
The Gambia, West Africa
www.gambiacooking.com


Ga snel naar de gerechten database om de heerlijke recepten van deze aflevering te vinden!


Afbeeldingen

Zoek in gerechten

Website ontwikkeld door Media647 | Produktiekeuken TV | Design in beeld